
Er zijn perioden in het leven waarin dingen die jarenlang vanzelfsprekend leken, ineens beginnen te wankelen. Relaties die je dierbaar zijn. Dingen waarvoor je hebt gebeden. Verantwoordelijkheden die je met overtuiging hebt gedragen. Werk waaraan je hebt gebouwd. Verwachtingen voor de toekomst waarvan je dacht dat ze min of meer vaststonden.
Soms komt de druk niet uit één richting. Soms lijkt het alsof verschillende zorgen tegelijkertijd samenkomen. En juist dan verandert geloof van iets waarover je spreekt in iets wat diep in je hart wordt beproefd. Dan wordt de vraag persoonlijk: vertrouw ik God ook wanneer ik niet weet hoe dit afloopt?
Ik schrijf deze woorden niet vanuit de comfortabele positie van iemand die inmiddels alle antwoorden heeft. Ik schrijf ze midden in een periode waarin niet alles duidelijk is. Er zijn dingen waarvoor ik bid. Dingen waarvan ik hoop dat ze worden hersteld. Dingen waarvoor ik verantwoordelijkheid wil blijven nemen. En tegelijkertijd ontdek ik opnieuw hoe beperkt mijn eigen vermogen is om de uitkomst te bepalen.
Misschien is dat een van de moeilijkste lessen van geloof: God vertrouwen is iets anders dan zeker weten dat alles zal gebeuren zoals ik het graag zou willen.
God heeft ons grote en vaste beloften gegeven. Hij belooft Zijn kinderen niet te verlaten. Hij belooft nabij te zijn aan wie Hem zoeken. Hij belooft vergeving aan wie in Christus tot Hem komt. Hij belooft dat niets ons kan scheiden van Zijn liefde in Christus Jezus. Hij belooft uiteindelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar verdriet, dood en pijn niet het laatste woord zullen hebben.
Maar nergens belooft Jezus ons dat het leven vóór die dag zonder lijden, verlies, onrecht of onzekerheid zal zijn. Integendeel.
“In de wereld zult u verdrukking hebben, maar heb goede moed: Ik heb de wereld overwonnen.” — Johannes 16:33
Onze zekerheid ligt daarom uiteindelijk niet in een voorspelbare toekomst. Onze zekerheid ligt in Hem.
Wanneer geloof geen formule meer kan zijn
Het is relatief gemakkelijk om te zeggen dat God goed is wanneer het leven overzichtelijk verloopt. Maar wat gebeurt er wanneer gebeden niet onmiddellijk worden beantwoord? Wanneer een situatie ingewikkelder wordt in plaats van eenvoudiger? Wanneer je oprecht probeert het goede te doen, maar toch weerstand, teleurstelling of verdriet ontmoet?
Dan kunnen we ongemerkt van geloof een formule maken.
- Als ik maar genoeg geloof, komt het precies goed.
- Als ik genoeg bid, zal God dit zeker voorkomen.
- Als ik God dien, zal mij dit niet overkomen.
Maar zo spreekt de Bijbel niet. Jozef wandelde met God en kwam toch onschuldig in de gevangenis. David was gezalfd tot koning en moest toch jarenlang vluchten. Job werd beschreven als een oprecht man en werd toch geconfronteerd met onvoorstelbaar verlies. Paulus gaf zijn leven aan de verkondiging van het evangelie en kende vervolging, gevangenschap, afwijzing en lijden.
En boven hen allen staat Jezus Christus. Volkomen zonder zonde. Volkomen gehoorzaam aan de Vader. En toch leidde Zijn weg naar het kruis.
Daarom kan de maatstaf voor Gods trouw nooit simpelweg zijn of onze omstandigheden aangenaam zijn. Het kruis zelf leert ons dat Gods diepste werk soms plaatsvindt op momenten waarop wij Hem het moeilijkst kunnen begrijpen.
“Waarom, Heere?”
De Bijbel leert ons niet dat echt geloof betekent dat we nooit worstelen. De Psalmen bewijzen juist het tegenovergestelde. David roept tot God. Hij stelt vragen. Hij spreekt over angst. Hij vraagt hoe lang het nog zal duren. Hij verlangt naar recht en bevrijding. En toch brengt hij zijn hart steeds opnieuw terug bij God.
Dat vind ik bevrijdend. Ik hoef voor God niet te doen alsof iets mij niet raakt. Ik hoef geen geestelijke taal te gebruiken om verdriet te verbergen. Ik mag bidden: Heere, ik begrijp dit niet. Ik weet niet wat U hierin doet. Ik verlang naar herstel. Ik heb Uw wijsheid nodig. Bewaar mijn hart.
Geloof is niet doen alsof de storm er niet is. Geloof is midden in de storm weten waar je naartoe moet.
De grootste strijd kan in mijn eigen hart plaatsvinden
Wanneer we onrecht, verlies of teleurstelling ervaren, bestaat er een gevaar. Onze aandacht kan zo sterk gericht raken op wat anderen doen, dat we niet meer zien wat er ondertussen in ons eigen hart gebeurt. Pijn kan bitterheid worden. Angst kan controlezucht worden. Gekwetstheid kan zelfrechtvaardiging worden. Het verlangen naar gerechtigheid kan ongemerkt veranderen in het verlangen dat een ander ten onder gaat.
Juist daarom vraagt geestelijke volwassenheid om voortdurend zelfonderzoek. Niet alleen: “Heere, wat doen anderen?” Maar ook: “Heere, wat gebeurt er in mij?”
- Spreek ik de waarheid zorgvuldig?
- Ben ik bereid mijn eigen fouten te erkennen? Kan ik gecorrigeerd worden?
- Zoek ik werkelijk vrede waar vrede mogelijk is?
- Ben ik bereid te vergeven, ook wanneer vergeving niet betekent dat ik ontken wat verkeerd is?
- Handel ik vanuit liefde of vanuit gekwetstheid?
- Draag ik mensen in gebed, ook wanneer onze verhouding moeilijk is?
“Doorgrond mij, o God, en ken mijn hart.” — Psalm 139:23
Dat is misschien een van de moedigste gebeden die iemand in een conflict kan bidden. Want daarmee vraag ik God niet alleen de wereld om mij heen te veranderen. Ik geef Hem toestemming om ook míj te veranderen.
Onze strijd is niet tegen vlees en bloed
Wanneer mensen ons pijn doen, is het gemakkelijk hen als de vijand te gaan zien. Maar Paulus schrijft: “Want wij hebben de strijd niet tegen vlees en bloed.” (Efeze 6:12)
Dat betekent niet dat kwaad niet benoemd mag worden. Het betekent niet dat onrecht geen gevolgen mag hebben. En het betekent evenmin dat een christen nooit gebruik mag maken van rechtsmiddelen, grenzen of bescherming. Paulus maakte zelf gebruik van zijn Romeinse burgerrechten. Maar er bestaat een fundamenteel verschil tussen recht zoeken en wraak zoeken.
“Vergeld niemand kwaad met kwaad.” — Romeinen 12:17 · “Wreek uzelf niet, geliefden.” — Romeinen 12:19
Dat is moeilijk. Misschien juist wanneer wij menen goede redenen te hebben om boos te zijn. Maar het evangelie roept ons naar een hogere weg. Ik mag waarheid spreken zonder te haten. Ik mag grenzen stellen zonder bitter te worden. Ik mag recht zoeken zonder mijn hart aan wraak over te geven. Ik mag verdriet hebben en tegelijkertijd voor mijn hart waken.
Misschien is één van de grootste overwinningen in een zware periode daarom niet dat iedere tegenstand verdwijnt. Misschien is een nog grotere overwinning: dat wat mij wordt aangedaan mij niet verandert in iemand die steeds minder op Jezus lijkt.
Habakuk: zelfs als…
Een van de meest aangrijpende geloofsbelijdenissen uit de Bijbel staat in Habakuk. De profeet beschrijft een situatie waarin vrijwel iedere zichtbare bron van zekerheid wegvalt. Geen bloeiende vijgenboom. Geen vrucht aan de wijnstok. Geen opbrengst van het land. En dan zegt hij:
“Ik zal dan toch in de HEERE van vreugde opspringen.” — Habakuk 3:18
Dat woord toch raakt mij. Niet omdat verlies er ineens niet meer toe doet. Niet omdat pijn prettig wordt. Niet omdat Habakuk doet alsof alles goed gaat. Maar omdat hij tot een plaats komt waar God Zelf groter wordt dan zijn omstandigheden.
Ook als ik het niet begrijp — toch. Ook als ik de oplossing nog niet zie — toch. Ook als mijn gebed anders wordt beantwoord dan ik hoop — toch zal ik mij aan God vasthouden. Dat is geen oppervlakkig geloof. Dat is geloof dat wortels krijgt.
Jezus in Gethsémané
Uiteindelijk durf ik niet naar mijn eigen geloof te kijken zonder naar Jezus te kijken. In Gethsémané zien we geen stoïcijnse Jezus Die doet alsof het komende lijden Hem niets doet. Hij is diep bedroefd. Hij valt neer voor Zijn Vader. Hij bidt dat, als het mogelijk is, de drinkbeker aan Hem voorbij zal gaan. En vervolgens:
“Maar niet zoals Ik wil, maar zoals U wilt.” — Mattheüs 26:39
Daar zien we iets wat ik steeds meer wil leren. Jezus verbergt Zijn verlangen niet voor de Vader. Maar Hij maakt Zijn gehoorzaamheid ook niet afhankelijk van de gewenste uitkomst. Dat is overgave.
Overgave betekent dus niet: het maakt mij niets meer uit. Overgave betekent: Vader, U weet hoezeer ik naar een bepaalde uitkomst verlang. Ik breng die bij U. Ik zal doen wat U mij vandaag te doen geeft. Maar ik wil U uiteindelijk meer vertrouwen dan mijn eigen inzicht. Dat gebed kan pijn doen. Maar misschien begint daar ook echte vrijheid.
Ik wil niet alleen uit de storm komen — ik wil meer op Jezus lijken
In moeilijke perioden is onze eerste vraag begrijpelijk: hoe kom ik hieruit? Maar misschien wil God ons ook een andere vraag leren: wie word ik terwijl ik hier doorheen ga? Want zelfs wanneer omstandigheden uiteindelijk veranderen, kan er ondertussen iets kostbaars gebeuren in ons hart.
“De verdrukking brengt volharding teweeg, en de volharding ondervinding en de ondervinding hoop.” — Romeinen 5:3-4
Jakobus spreekt eveneens over de beproeving van het geloof die volharding voortbrengt. Niet omdat lijden op zichzelf goed is. Maar omdat God machtig is zelfs datgene wat ons pijn doet te gebruiken om ons dichter bij Christus te brengen.
Daarom wil ik niet alleen bidden: Heere, haal mij hieruit. Ik wil ook leren bidden: Heere, laat niets van deze periode verloren gaan. Leer mij gehoorzaamheid. Leer mij zachtmoedigheid. Leer mij moed. Leer mij waarheid spreken in liefde. Leer mij vergeven. Leer mij onderscheiden wanneer ik moet spreken en wanneer ik moet zwijgen. Leer mij verantwoordelijkheid dragen zonder te denken dat ik alles zelf moet beheersen. En bovenal: maak mij meer gelijkvormig aan Jezus.
Vrede voordat de situatie verandert
Paulus schrijft vanuit omstandigheden die allerminst comfortabel waren: “Wees in geen ding bezorgd, maar laat uw verlangens in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.” (Filippenzen 4:6) En dan volgt niet onmiddellijk de belofte dat iedere situatie wordt opgelost. Er volgt iets anders:
“En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaken in Christus Jezus.” — Filippenzen 4:7
Ik denk soms: als deze situatie opgelost is, kan ik weer vrede hebben. Maar Gods vrede werkt anders. Hij kan vrede geven terwijl er nog vragen zijn. Vrede terwijl je nog wacht. Vrede terwijl je nog moet handelen. Vrede terwijl je nog geen zekerheid hebt over morgen. Niet omdat de omstandigheden veilig zijn, maar omdat je hart steeds opnieuw leert rusten in Christus.
Ik weet niet hoe ieder hoofdstuk eindigt
Dat is op dit moment misschien de eerlijkste belijdenis die ik kan doen. Ik weet het niet. Er zijn uitkomsten waar ik vurig op hoop. Er zijn dingen waarvoor ik blijf bidden. Er zijn verantwoordelijkheden waarvoor ik mij wil blijven inzetten.
Waar verzoening mogelijk is, wil ik verzoening zoeken. Waar waarheid nodig is, wil ik waarheid spreken. Waar ik fouten heb gemaakt, wil ik de nederigheid hebben die te erkennen. Waar onrecht plaatsvindt, mag ik zoeken naar wat rechtvaardig is. En waar ik niets meer kan doen, moet ik leren loslaten wat ik nooit werkelijk in mijn handen heb gehad.
Maar één ding wil ik steeds minder doen: Gods goedheid beoordelen aan de hand van de uitkomst van mijn omstandigheden. Want Golgotha zag er op vrijdag uit als een nederlaag. Het graf leek definitief. De discipelen konden niet zien wat God deed. Maar op de derde dag stond Jezus Christus op uit de dood.
Dat is de kern van onze hoop. Niet dat ieder hoofdstuk op aarde eindigt zoals wij het geschreven zouden hebben. Maar dat Jezus leeft. Dat de zonde niet heeft gewonnen. Dat de dood niet heeft gewonnen. Dat Christus Koning is. En dat wie in Hem is uiteindelijk een toekomst heeft die geen mens, geen omstandigheid en zelfs de dood niet kan afnemen.
Wat als ik toch verlies?
Misschien is dat uiteindelijk de moeilijkste vraag. Wat als een gebed anders wordt beantwoord dan ik hoop? Wat als iets kostbaars werkelijk verandert of verloren gaat? Dan wil ik voorzichtig zijn met grote woorden. Ik weet niet hoe ik mij onder iedere toekomstige omstandigheid zal voelen. Petrus dacht ook sterker te zijn dan hij bleek te zijn.
Daarom wil ik niet zeggen: “Ik zal altijd sterk blijven.” Ik wil zeggen: “Heere Jezus, houd mij vast.” Dat is uiteindelijk mijn hoop. Niet de kracht waarmee ik Hem vasthoud, maar Zijn trouw.
“Niemand zal ze uit Mijn hand rukken.” — Johannes 10:28
Dat betekent niet dat een christen geen verdriet kent. Het betekent niet dat we nooit zullen vallen. Het betekent dat onze uiteindelijke zekerheid niet rust op onze eigen kracht, maar op Christus.
Daarom wordt mijn gebed steeds eenvoudiger: Heere, ik verlang naar herstel. Ik verlang naar vrede. Ik verlang naar recht. Ik verlang ernaar goed te zorgen voor wat U mij hebt toevertrouwd. Maar boven alles: laat mij dicht bij U blijven.
Als alles wankelt
Psalm 46 begint met woorden die juist in tijden van onzekerheid diep binnenkomen: “God is ons een toevlucht en kracht; Hij is in hoge mate een hulp gebleken in benauwdheden.” (Psalm 46:2) Daarom zegt de psalmist vervolgens dat hij niet zal vrezen, zelfs wanneer de aarde verandert. Let op: de Bijbel zegt niet dat de aarde nooit zal bewegen. Hij zegt dat er een God is Die niet beweegt.
Misschien is dat uiteindelijk geloof. Niet dat ik precies weet wat morgen brengt, maar dat ik weet Wie morgen al kent. Niet dat ik nooit meer bang ben, maar dat ik met mijn angst naar mijn Vader kan gaan. Niet dat ik alle antwoorden heb, maar dat ik Jezus heb. Niet dat ik alles kan vasthouden, maar dat Christus mij vasthoudt.
Heere Jezus, ik vertrouw U. Niet omdat ik alles begrijp. Niet omdat alles goed voelt. Niet omdat ik de uitkomst kan controleren. Maar omdat U goed bent. Omdat U trouw bent. Omdat U voor mij gestorven bent. Omdat U bent opgestaan. Omdat U leeft. Omdat U gisteren en heden Dezelfde bent en tot in eeuwigheid.
Mijn hoop ligt uiteindelijk niet in wat ik bezit. Niet in wat ik heb opgebouwd. Niet in mensen. Niet in mijn eigen kracht. Niet eens in de uitkomst waarvoor ik bid. Mijn diepste hoop ligt in Jezus Christus.
En als alles wat ik als houvast heb beschouwd ooit zou wankelen, bid ik dat één waarheid alleen maar vaster in mijn hart zal komen te staan: Christus is mijn vaste grond. Ik weet niet hoe ieder hoofdstuk eindigt. Maar ik weet Wie het laatste woord heeft.
En daarom wil ik blijven bidden, blijven liefhebben, blijven vergeven, blijven gehoorzamen, verantwoordelijkheid blijven nemen en blijven hopen. Niet op mijzelf. Maar op Hem. Jezus Christus alleen.
Een overdenking van Bas Emons · GOD Magazine
